[The following was originally posted in English on Xerox’s Simplify Work blog.]

Een avond in de lente van het jaar 2035. Ik ben op weg naar huis, in de stad. Ik ben intussen inderdaad een stadsbewoner geworden, net zoals 6,3 miljard andere mensen wereldwijd.

Loop even met me mee: het zal je verbazen hoeveel er hier in de stad veranderd is.

Vermoedelijk heb jij nog een totaal achterhaald beeld van steden, als dichtbevolkte locaties met vele wegen en parkeergelegenheden. In 2035 is dat niet meer het geval.

De nieuwe steden die we vandaag bouwen, zijn compact en vlot te omzeilen. Ze hebben veel groene ruimtes. Ze worden grotendeels beheerd door systemen die worden gevoed met data en die op doeltreffende wijze het energieverbruik, het vervoer en andere diensten aan de burgers beheren. Iedereen kan via forums op de sociale media delen wat hem bezighoudt, zijn ideeën toetsen en zich tot de verkozenen wenden om zijn steentje bij te dragen om onze omgeving en levenswijze te stroomlijnen.

Ik hoef geen parkeerplaats te zoeken want ik heb geen eigen wagen. We moeten een klein eindje lopen en dan instappen in een pendelvoertuig zonder chauffeur. Andere dagen maak ik vaak gebruik van het systeem van het fiets- en voertuigdelen, maar ik heb daarnet vernomen (via het vervoershulpsysteem dat een berichtje op mijn contactlens publiceerde) dat ik even moet wachten op een wagen, terwijl de pendel me onmiddellijk tot thuis kan brengen.

Als ik ‘naar huis’ ga, is dat niet meer zoals vroeger ‘een heel eind naar een andere buurt’. Onze stad bestaat immers uit zelfvoorzienende districten (kleine steden) waar mensen wonen, winkelen, werken, studeren en zich ontspannen. Sommige districten bereiken een zodanige graad van zelfvoorziening dat ze hun eigen energienetwerken en kleine landbouwexploitaties hebben. Dankzij deze stedelijke aanpak zijn stadszones ontstaan die geen vervuiling of overlast van auto’s kennen. Zij groeien en zij spelen in op de behoeften van de burgers zonder daarom meer wegen te moeten aanleggen of meer auto’s nodig te hebben.

Alles wat we dagelijks gebruiken – in huis of in onze omgeving – is intelligent en staat onderling in verbinding. De wegen informeren de aangesloten voertuigen over het weer en het verkeer… De verlichting, in huis of openbaar, reageert op de aanwezigheid en de activiteiten van de mensen. Afvalcontainers waarschuwen de ophaaldiensten zodra ze vol zijn. Kortom, de netwerken observeren wat er in hun omgeving plaatsvindt en leveren data aan de systemen die onze steden beheren. Een greep uit de voordelen hiervan:

  • Leven zonder zorgen. Als je na je dagtaak huiswaarts keert, word je gegidst door de diverse vervoersdiensten, op basis van je actuele behoeften en voorkeuren en de externe gebeurtenissen die mogelijk een impact hebben op onze vervoersbeleving. Een systeem berekent automatisch de beste prijs voor ons traject terwijl we ons verplaatsen via de vervoersinfrastructuur. En aan het einde van de maand betalen we een algemene rekening zonder ons te moeten bekommeren om de verschillende leveranciers van de vervoersdiensten die we hebben gebruikt. 
  • Een efficiëntere overheid. Intelligente algoritmen verwerken data en helpen daarmee het stadsbestuur om goede investeringen te doen en goede strategieën te volgen. Zij weten bijvoorbeeld vooraf hoeveel collectieve fietsen er morgenvroeg beschikbaar moeten zijn in onze omgeving en hoe ze de collectieve pendelvoertuigen optimaal kunnen plannen. Zij kunnen bepalen hoe de wegentol aangepast kan worden om verkeersopstoppingen te vermijden. 
  • Een proactieve aanpak van onverwachte gebeurtenissen. Via een intelligente infrastructuur verkrijgen we allerlei informatie in realtime uit vele bronnen. Deze wordt dan gecombineerd met oudere informatie. Intelligente algoritmen gebruiken vervolgens het geheel om te voorspellen wat binnenkort kan plaatsvinden. Bij de sneeuwstorm van vorig jaar wisten de overheden bijvoorbeeld waar ze in eerste instantie interventieteams moesten sturen. Ze reorganiseerden de diensten en konden de burgers in realtime nuttige informatie verschaffen over weer, toestand wegen enz.

Een van de beste aspecten van mijn leven als stadsmens anno 2035 is echter mijn link met de gemeenschap. Via intelligente systemen en open data (informatie die iedereen vrij mag gebruiken, hergebruiken en verspreiden) heb ik eender wanneer kijk op de toestand van mijn stad. Ik kan het huidige vervuilingsniveau zien, de exploitatiekosten van de pendeldienst die ik gebruik, zelfs het volume afval dat vorig jaar werd opgehaald in mijn gebouw en de recyclagekosten daarvan. Dit helpt mij om de weerslag van mijn individuele beslissingen op de gemeenschap in haar geheel beter te begrijpen.

Omdat ik vanavond uiteindelijk heb beslist de pendel te nemen in plaats van de gedeelde wagen, weet ik dat ik mijn energieverbruik met factor tien heb verminderd én dat ik heb bijgedragen tot de vermindering van de verkeersdrukte op het piekuur (en dit reeds voor de derde week op rij). Kers op de taart: ik verneem daarnet dat mijn bedrijf mij heeft onderscheiden als een van de tien werknemers die de voorbije week via hun woon-werkverkeer het meest hebben gedaan voor het milieu! Dat betekent dat ik volgende maand tien procent korting krijg op mijn vervoersfactuur.

-XXX-

Parallel met de redactie van dit artikel kregen de Xerox-medewerkers de volgende vragen voorgeschoteld

1) Welke van de volgende grote steden zal in 2035 “de intelligentste” zijn?

A Walk Through the City in 2035 - graph

 

 

 

 

 

 

 

 

2) Als we morgen een volledig nieuwe stad zouden bouwen, in welke zin zou die dan verschillen van de huidige?

Volgens de Xerox-medewerkers zal de stad van morgen veel groener zijn, letterlijk en figuurlijk. “Water, energie en afval zullen aan elkaar gekoppeld worden in een netwerk dat de uitstoot efficiënt beheert en de resources vrijwaart. De inwoners zullen wonen in efficiënte woningen die worden gevoed met energie van zon, wind en groen afval. Gemeenschappelijke tuinen zorgen voor voeding en ontspanning én spelen een rol in de luchtzuivering.” Groene ruimte zal alomtegenwoordig zijn: parken, daken en zelfs “verticale tuinen om een beetje ruimte te winnen”.

Sommigen beschreven perfecte connecties tussen de stad en haar inwoners. “Een wifi op schaal van de stad steunt op een communicatienetwerk op basis van optische vezels. Weg met de koperen kabels! En zelfs de gebouwen zullen ‘intelligent’ zijn: zij zullen je herkennen en met je communiceren.”

“De mensen zullen werken in virtuele kantoren.” Hierdoor neemt het verkeer af, maar ontstaan ook weer andere problemen. Daarom moet de bouw van de stad van morgen gericht zijn op “de strijd tegen de negatieve aspecten van de technologie die ons vaak fysiek isoleert en die een sedentaire levenswijze bevordert”.

Velen voorspellen dat vervoer geen inspanning meer zal kosten. “Binnen de metropool zal er enkel openbaar vervoer zijn om de uitstoot en de vereiste parkeergelegenheid voor individuele motorvoertuigen terug te dringen.” Misschien worden voertuigen zelfs overbodig dankzij “wegen voor voetgangers die zich binnen de stad zullen verplaatsen over transportbanden”.

“Connectie” en “efficiëntie” zijn termen die wetenschapper Frédéric Roulland bij Xerox volmondig beaamt. Hij stelt zich een metropool voor waar de burgers heel goed de weerslag van hun individuele beslissingen op de hele gemeenschap begrijpen.